Waarom je brein geen drie uur kan luisteren (en hoe je presentaties, trainingen en workshops interactief maakt)
- 7 apr
- 5 minuten om te lezen
Wat gebeurt er eigenlijk in je hoofd tijdens een presentatie? Als je dat weet, kun je er je voordeel mee doen. In deze blogpost neem ik je mee in hoe het brein luistert en waar het afdwaalt.

Je merkt het vaak pas als het al te laat is. De gordijnen naast het podium blijken opeens best interessant. Of je denkt aan een mail die je straks nog moet sturen. Ondertussen spreekt de presentator gewoon door. Je hoort de woorden nog wel, maar ze komen niet meer binnen. Zelfs als je aan het begin nieuwsgierig en geïnteresseerd was.
Ergens onderweg is je brein afgehaakt. Luisteren is zwaarder dan we denken.
Het bodemloze brein?
Veel mensen denken dat het wel aan de kwaliteit van de spreker zal liggen. Maar zodra we zelf voor een groep staan, doen we precies hetzelfde. We gaan er vaak vanuit dat het brein een soort bodemloze put is. Dat we er informatie in kunnen blijven gieten. Bij een presentatie of lezing verwachten we nog dat iemand veel vertelt. Maar zelfs in trainingen en workshops waar deelnemers actief zouden moeten zijn, gebeurt precies hetzelfde.
Ik heb heel wat workshops, brainstorms en trainingen verzorgd, en ik ben er steeds beter in geworden mijn deelnemers te boeien. De truc is: weten hoe een brein functioneert, goed observeren en werkvormen paraat hebben die je helpen de aandacht van je publiek vast te houden. Zelfs bij presentaties, waar het toch vaak meer eenrichtingsverkeer is. Toch kun je ook daar verrassend veel doen. Later in dit artikel kom ik daar nog op terug.
Waarom luisteren zo zwaar is voor het brein
Als iemand spreekt, ben je niet alleen woorden aan het horen. Je brein moet die woorden omzetten naar betekenis. Zinnen ontcijferen. Verbanden leggen met wat eerder is gezegd.
Dat gebeurt vooral in een deel van je brein dat de prefrontale cortex heet. Dat gebied helpt je nadenken, afwegen en informatie bij elkaar houden, maar het wordt ook relatief snel moe. Een beetje alsof je de hele tijd in een ingewikkeld gesprek zit, waarin je zelf niets terug mag zeggen. Je moet blijven luisteren en blijven volgen. En ondertussen blijft de informatie binnenstromen.

Wat er gebeurt als dat te lang doorgaat
Er gebeuren ondertussen een paar dingen in je brein, vaak in deze volgorde: om te beginnen raakt je werkgeheugen vol. Dat is het deel van je brein dat informatie even vasthoudt terwijl je er iets mee doet. Het kan maar een paar dingen tegelijk bevatten. Tijdens een lange presentatie blijft er nieuwe informatie binnenkomen. Nieuwe zinnen, nieuwe ideeën, nieuwe uitleg. Ondertussen verdwijnen eerdere stukken weer uit beeld. En langzaam merk je dat het begrip wegzakt.
Daarnaast treedt mentale vermoeidheid op. Langdurig nadenken zorgt ervoor dat bepaalde stoffen in je brein zich opstapelen. Eén daarvan is glutamaat. Als dat gebeurt, wordt het brein trager. Denken kost meer moeite. En de motivatie om nog goed te blijven luisteren zakt. In een eerder blog schreef ik uitgebreid over mentale vermoeidheid en waarom energizers kunnen helpen.
En tenslotte gaat het brein simpelweg zuiniger werken. Denken kost energie. Als de belasting te lang doorgaat, schakelt het brein een tandje terug. Je aandacht zakt weg.
Wat je brein wél nodig heeft bij een presentatie: verwerkingstijd, actie en afwisseling
Het brein heeft verwerkingstijd nodig. Dus niet die bodemloze put waar ik het eerder over had, maar een plant in de aarde. Giet je je gieter in één keer leeg, dan loopt de pot over. Geef je steeds een beetje, dan kan de aarde het opnemen.
Daarnaast wil het brein iets dóén met wat het hoort. Informatie blijft beter hangen als die actief wordt verwerkt, in plaats van alleen maar ontvangen.

En tenslotte heeft het brein variatie nodig. Niet steeds dezelfde vorm van inspanning, maar afwisseling, zodat het ene proces even kan herstellen terwijl het andere aan staat. Veel programma’s lijken op papier nog best afwisselend. Welkom, presentatie, nog een presentatie, een panel, en de onvermijdelijke Q&A. In de praktijk blijft de activiteit hetzelfde: mensen luisteren. Tijd om daar verandering in te brengen.
Wat je kunt lenen uit de wereld van faciliteren
In de wereld van faciliteren is dit eigenlijk al lang bekend. Als je een groep drie uur laat luisteren, raak je ze kwijt. Dus bouwen facilitators voortdurend kleine momenten in waarop mensen iets doen. Mensen schrijven ideeën op kaartjes, plakken post-its op een bord, stemmen met hun handen of bespreken een vraag met hun buurman. Als facilitator gebruik je dat soort werkvormen om een groep aan het denken te zetten en inzichten zichtbaar te maken. Veel van die principes kun je ook in presentaties toepassen, alleen kleiner en korter. Zelfs als je voor een zaal staat waar het meeste toch eenrichtingsverkeer blijft.
Hoe maak je een presentatie interactief?
1. Even nadenken
De kleinste interventie is een denkpauze. Je stelt een vraag en geeft mensen een paar seconden om na te denken voordat je verder praat.
Voorbeelden:
'Wat zou volgens jullie de grootste oorzaak hiervan zijn?'
'Neem tien seconden en bedenk een voorbeeld uit je eigen werk.'
'Bedenk even voor jezelf waar jij dit voor het laatst hebt gezien.'
Dit geeft het brein verwerkingstijd. Het is misschien wel de meest onderschatte ingreep die er is; een soort reset. Je voelt de aandacht terugkeren zonder dat je daar iets groots voor hoeft te doen.
2. Iets opschrijven
Door mensen iets op te laten schrijven, dwing je het brein om informatie actief te verwerken. Voorbeelden:
'Schrijf een inzicht op dat je hieruit meeneemt.'
'Noteer voor jezelf één vraag die dit bij je oproept.'
'Schrijf één ding op dat je morgen anders wilt doen.'
'Noteer het woord dat voor jou het beste samenvat waar dit over gaat.'
Mensen hoeven het niet met elkaar te delen. Het denken gebeurt al tijdens het schrijven. Dit gebruik ik vaak op momenten dat een groep anders achterover gaat leunen. Zodra mensen zelf woorden moeten geven aan wat ze horen, worden ze meteen scherper.

3. Kort overleg
Nog een stap actiever is mensen even met elkaar laten praten. Een minuutje is voldoende. Voorbeelden:
'Bespreek dit even met degene naast je.'
'Welke van deze twee opties lijkt jullie het meest logisch?'
'Wat zou volgens jullie de beste volgende stap zijn?'
Dit zorgt voor betrokkenheid en herhaling. Mensen gaan elkaar helpen om het verhaal te begrijpen. Ze geven er hun eigen woorden aan en koppelen het aan iets dat ze al weten.
4. Stemmen of reageren
Je kunt ook de hele zaal laten reageren zonder dat mensen hoeven te praten. Voorbeelden:
hand opsteken
staan of blijven zitten
gekleurde kaartjes opsteken
Zo krijgt het publiek een rol in plaats van alleen een luisterpositie.
5. Het publiek laten produceren
De meest actieve vorm is wanneer mensen iets maken of delen. Voorbeelden:
een vraag formuleren
een voorbeeld uit de praktijk noemen
een tip of advies bedenken
een probleem uit de eigen praktijk formuleren
Hier wordt de informatie echt van het publiek zelf.
6. Voorspellen of analyseren
Dit is een leuke categorie, waarin je mensen echt aan het denken zet. Voorbeelden:
“Wat denken jullie dat het grootste probleem blijkt te zijn?”
“Welke van deze twee oorzaken denken jullie dat het vaakst voorkomt?”
“Hier zitten drie aannames in. Welke zien jullie?”
“Ik ga zo drie redenen laten zien. Welke denken jullie dat de belangrijkste is?”
Hier activeer je nieuwsgierigheid, waarmee je spanning in een verhaal opbouwt en de aandacht vasthoudt.
Van adempauze tot interactie
Uiteindelijk is het niet zo gek dat mensen afhaken. Hun brein neem hen in bescherming. En dat wil je vóór zijn, door adempauzes in te bouwen. Je hele programma opnieuw opbouwen, is nergens voor nodig. Af en toe even niets zeggen, kan volstaan. Of een vraag stellen, of iemand iets op laten schrijven. En als je de deze interventies uitbouwt tot werkvormen en oefeningen, dan heb je een interactieve werksessie.



