Wat is brainstormen en hoe ontstaan nieuwe ideeën?
- 11 feb
- 6 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 28 mrt
'We gaan even brainstormen om wat nieuwe ideeën te verkennen'. Hoe vaak hoor je dat? En dan hopen dat het juiste idee uit de lucht komt vallen. Maar wat is brainstormen eigenlijk? En wanneer is iets een idee? Tijd om eens het diepe in te duiken, van muzen tot neuronen.

Dit stuk in het kort
Een idee ontstaat wanneer bestaande kennis en ervaringen op een nieuwe manier worden verbonden en als betekenisvol worden herkend. Lange tijd dachten we dat creativiteit van buiten kwam of was voorbehouden aan getalenteerde individuen, later verschoof dat beeld naar creativiteit als denkvaardigheid. Inmiddels weten we dat creativiteit vooral een proces is, met afwisseling tussen loslaten, herkennen en uitwerken. Neurologisch gezien vraagt dat om schakelen tussen verschillende denkstanden. In groepen wordt dit effect sterker, omdat denknetwerken zich aan elkaar koppelen en nieuwe verbindingen sneller ontstaan. Goede brainstorms draaien daarom niet om ideeën afdwingen, maar om het organiseren van de juiste voorwaarden.
We gebruiken het woord idee de hele dag. 'Leuk idee!' 'Daar heb ik wel een idee van.' 'Geen idee'. Als je een beetje klassiek bent aangelegd, haal je er zelfs de ideeënwereld van Plato bij. En telkens bedoelen we iets anders. Een losse gedachte, een mening of een plannetje. In een context van creativiteit hanteer ik zelf deze werkdefinitie: een idee is een nieuwe koppeling tussen dingen die je al kent, die voor jou betekenis heeft en waar je iets mee zou kunnen doen.
Verder wil ik het niet niet dichttimmeren, maar er zitten een paar voor mij belangrijke elementen in:
Een idee bestaat altijd uit wat er al was. Er komt niets uit het niets. Je brein combineert dingen die je hebt gezien, meegemaakt, geleerd of gevoeld. Wat nieuw is, is de manier waarop die elementen samenkomen.
Het idee is nieuw voor de denker. Het hoeft niet wereldschokkend of origineel te zijn voor anderen. Als jij het verband nog niet eerder zo zag, is het voor jou een nieuw idee.
Het gaat om de betekenis. Je brein maakt continu verbindingen. De meeste verdwijnen meteen weer. Pas als je denkt 'hier zit iets in', is er een idee. Dat moment van herkennen maakt het verschil.
Een idee heeft richting. Je kunt er iets mee doen, al weet je nog niet wat. Zonder die potentie blijft het een associatie.
Je kent het vast wel: je denkt ergens bewust over na, maar je brein blijft stil. Terwijl dat ene goede idee je later ineens te binnen schiet, onder de douche of tijdens een wandeling. Mensen hebben zich hier al eeuwen over verbaasd. Hoe kan iets dat zo duidelijk uit ons eigen denken voortkomt, zich toch gedragen alsof het van buiten komt? Die ervaring heeft door de geschiedenis heen bepaald hoe we creativiteit zijn gaan begrijpen en benoemen.

Kom er maar eens op
Taal zegt stiekem veel over hoe we ergens over denken. We hebben het over 'een idee krijgen', 'op een idee komen' of 'ideeën opdoen'. Alsof het idee ergens rondzweeft, tot wij het adopteren. Dat is geen toeval. In het denken vóór de wetenschap werd creativiteit niet gezien als iets wat mensen zelf voortbrengen. Het idee kwam van buiten. Van goden of muzen of een hogere orde. De mens was ontvanger, geen maker.
Vanaf de negentiende eeuw ontstaat een ander wereldbeeld. Creativiteit wordt dan steeds vaker gezien als een eigenschap van het individu. Denk aan het fenomeen genie: uitzonderlijke mensen met een aangeboren talent voor nieuwe ideeën. In dit modernere wereldbeeld wordt creativiteit bezit. Je hebt het, of je hebt het niet.
Twee verouderde wereldbeelden die ons nog steeds in de weg kunnen zitten. Ook nu praten we over inspiratie die toeslaat, ideeën die opkomen, ingevingen die zich aandienen. Of je hoort mensen nog steeds zeggen: 'ik ben gewoon niet zo creatief'. Maar wat is creatief denken dan wel?
Brainstormen als creatief proces
Wat is brainstormen en hoe ontstaan nieuwe ideeën? In mijn werk als creatief facilitator kijk ik naar creativiteit als denkwerk dat zich in loop van de tijd ontvouwt. Je kunt het actief organiseren en de kwaliteit ervan verhogen het proces serieus te nemen. Je bent niet alleen ideeën aan het verzinnen, je bent aan het verkennen, doorgronden en besluiten. Eerst kijk je breed naar wat er is, zonder meteen te analyseren. Dat levert veel input op, maar nog geen nieuwe ideeën. Daarna ga je combineren, ordenen en visualiseren tot er patronen zichtbaar worden. Juist daar ontstaan nieuwe ideeën, omdat je begrip van iets verandert. Pas daarna is het tijd om te besluiten. Je scherpt je ideeën aan en toetst ze op haalbaarheid en context. Te vroeg kiezen beperkt je; te laat kiezen maakt het vrijblijvend.

In veel theorieën over creativiteit zie je een soortgelijk patroon terug. Begin twintigste eeuw beschreef Graham Wallas creativiteit als een proces met verschillende stadia: voorbereiding, incubatie, verlichting, verificatie. Wat mij daarin aanspreekt, is niet per se de indeling zelf, maar het onderliggende inzicht: je kunt niet alles tegelijk. Nieuwe verbindingen ontstaan niet onder druk van oordeel, en goede besluiten niet als je niet weet waar je naar op zoek bent.
Welke indeling je voorkeur ook heeft, deze fases zijn geen checklist. Ze wisselen elkaar af en daar kun je mee doorgaan als in een opwaartse spiraal. Een besluit kan nieuwe vragen oproepen, die weer om verkenning vragen. Klinkt inefficiënt, maar dat is hoe creatief denkwerk werkt.
Ook de term brainstormen zelf komt voort uit het idee van fases in creatief denken. De term werd eind jaren dertig geïntroduceerd door Alex Faickney Osborn, die brainstormen zag als één afgebakende fase in een groter creatief proces. Het doel was niet om meteen tot goede ideeën te komen, maar om oordeel tijdelijk uit te stellen zodat nieuwe verbindingen überhaupt konden ontstaan. Achteraf gezien is dat geen toeval, want wat Osborn intuïtief aanvoelde over timing en uitstel van oordeel, sluit opvallend goed aan bij wat we inmiddels weten over hoe het brein werkt tijdens creatief denken.
Wat er in je brein gebeurt tijdens brainstormen
Zodra je creatief denken door een neurologische bril bekijkt, blijkt de gedachte aan een ingefluisterde muze vooral een hardnekkige metafoor. In plaats daarvan zie je samenwerking tussen verschillende netwerken in het brein. Je hebt geen creativiteitsknobbel die aan de slag gaat; er vindt een dynamische wisselwerking plaats.
Stel je het brein voor als een enorm netwerk van miljarden zenuwcellen; neuronen. Die neuronen communiceren met elkaar via verbindingen. Wanneer een neuron actief wordt, geeft het een elektrisch en chemisch signaal door aan andere neuronen. Elke ervaring, gedachte of herinnering correspondeert met een patroon van activiteit in zo’n netwerk. Zie je een kat, dan worden netwerken actief die te maken hebben met beeld, geluid, eerdere ervaringen, misschien zelfs emotie. Er gaan lichtpuntjes aan die te maken hebben met vacht, miauwen, je buurvrouw, een krab op je hand. Hoor je later een gesprek over een fijne werkruimte, dan lichten weer andere netwerken op; rust, licht, zachtheid, concentratie.

De kat en de werkruimte
Wanneer je brein bijvoorbeeld de kwaliteit van een stille werkruimte verbindt met het beeld van een slapende kat, gebeurt er iets bijzonders. Twee neurale netwerken die normaal weinig overlap hebben; het netwerk rond fysieke ruimte en het netwerk rond een zintuiglijke herinnering of metafoor; worden tegelijkertijd actief.
Die gelijktijdige activatie zorgt ervoor dat er tijdelijk een brug ontstaat tussen die patronen. Wat eerder gescheiden domeinen waren, functioneren ineens als één samenhangend geheel. Je denkt aan een werkruimte met muren die net zo warm en zacht als een kattenvacht zijn. Dat moment van onverwachte samenhang ervaren we als een nieuw idee. Met andere woorden: het bijzondere zit niet in één helder beeld, maar in het feit dat twee eerder losse patronen tegelijk oplichten en elkaar versterken. Dat is de neurologische basis van een nieuwe verbinding: een nieuw idee.
Naarmate zo’n verbinding vaker wordt gebruikt, wordt die stabieler. Wat ons eerst verrast, wordt later vanzelfsprekend. Het nieuwe pad is een vaste route geworden. Dat verklaart ook waarom creativiteit inspanning kan kosten. Nieuwe verbindingen vragen tijdelijke instabiliteit. Je activeert netwerken die niet gewend zijn om samen te werken. Pas na herhaling wordt dat soepel. Als je dit weet, is een idee geen mysterieus verschijnsel meer, maar een tijdelijk nieuw patroon in het brein.
Drie netwerken voor nieuwe ideeën
Er is niet één soort netwerk dat aan de slag is, het zijn er wel drie verschillende. Een associatief netwerk dat vrij verbindt; een controlerend netwerk dat ordent en toetst; en een schakelend netwerk dat bepaalt wat opvalt en wanneer er wordt gewisseld. Creativiteit zit niet in één van deze netwerken, maar de afwisseling ervan. Het verklaart waarom creativiteit zich in fases ontvouwt, zoals Wallas beschreef, en waarom timing en context zo bepalend zijn voor of nieuwe ideeën überhaupt kunnen ontstaan.

Netwerk van netwerken
En dan komt het leuke: brainstormen kun je alleen doen, maar het werkt veel beter in een groep. Wanneer mensen samen brainstormen, worden individuele denknetwerken aan elkaar gekoppeld. Dat vergroot het aantal mogelijke verbindingen niet stap voor stap, maar exponentieel. Een idee van de één roept bij een ander nieuwe associaties op, die weer terug de groep in gaan en eerdere ideeën veranderen. Creativiteit wordt daarmee collectief. Het idee ontstaat niet meer in één hoofd, maar in de interactie tussen hoofden.
Zin in een brainstorm?
Klinkt fantastisch, toch? Dat betekent dat we op een goudmijn aan ideeën zitten, met welke groep mensen we ook samenwerken. Bedenk je eens hoeveel problemen we kunnen oplossen en hoeveel goede nieuwe uitvindingen nog op ons wachten.
Brainstormen vraagt dus iets van hoe we sessies inrichten, verwachtingen uitspreken en tempo kiezen. Dat is mijn werk: ruimte maken voor het proces waarin ideeën kunnen ontstaan. Als je daar graag mee aan de slag wilt in je team of organisatie, denk ik graag met je mee.



