8 werkvormen zonder materialen
- 31 mrt
- 4 minuten om te lezen
Uitgedroogde stiften? Whiteboard waar niks meer op te lezen valt? Post-its op? Geen nood! Er zijn genoeg werkvormen zonder materialen. Soms werken ze juist beter.

Het fijne aan materiaalloze werkvormen is dat je niets hoeft uit te delen, niets op te schrijven en dat niemand hoeft te wachten tot iedereen een velletje heeft. Je stelt een vraag, geeft een korte instructie en de groep kan meteen aan de slag.
Niet elke werkvorm kan zonder materialen. Brainstorms worden bijvoorbeeld een stuk lastiger als je niets kunt opschrijven. Niet dat je altijd maar geeltjes nodig hebt. Maar ideeën verdwijnen nu eenmaal snel uit een gesprek als ze niet vastlegt. Papier is papier, en dat is altijd wel te vinden. Desnoods een oude envelop.
Werkvormen om het gesprek op gang te brengen
Werkvormen die mensen snel laten praten en verschillende stemmen in de ruimte brengen. Handig aan het begin van een overleg of wanneer een groep nog wat op gang moet komen.
1. Twee aan twee, één vraag
Als ik merk dat een groep nog wat op gang moet komen, laat ik mensen eerst kort met z’n tweeën praten. Ik stel één duidelijke vraag en vraag deelnemers om die met degene naast zich te bespreken. Twee minuten is genoeg. Daarna vraag ik een paar mensen om plenair te delen wat ze hebben gehoord. Je hoeft niet iedereen plenair aan het woord te laten. Het doel is dat mensen even het woord nemen, en dat gebeurt al in de tweetallen.
2. Eén zin per persoon
Alternatief: wél iedereen even laten praten, maar dan in maximaal 1 zin als antwoord op een startvraag. Dat kan een neutrale check-in zijn (klik hier voor 40x inspiratie). maar ook een inhoudelijke vraag, als iedereen al geland is. Afspraken zijn: iedereen reageert met één zin, en niemand gaat in discussie. Het is een soort schot voor de boeg.

Werkvormen om het associatieve brein aan te zetten
Werkvormen die helpen om te oefenen met associëren, waardoor je brainstorm extra soepel loopt.
3. Doorbouwronde
Deze werkvorm is bedoeld om deelnemers in juiste brainstormmindset te brengen. Ik begin met een zin als 'we beginnen een pretpark.' De volgende bouwt daarop voort met ja, en…' Bijvoorbeeld 'ja, en we zetten er een suikerspinmachine in.' Zo ontstaat een ketting van ideeën die steeds verder wordt uitgebreid. Streng verboden zijn zinnen als 'ja, maar dat is ongezond.' Het helpt groepen om eerst mogelijkheden te verkennen zonder ze meteen te beoordelen.
4. Dat kan beter
Als ik het creatieve denken in een groep wil aanzetten, verdeel ik de deelnemers eerst in kleine groepjes. Elk groepje krijgt van mij een alledaags voorwerp om over na te denken, bijvoorbeeld een theeglas, een paperclip of een kruk. Het voorwerp hoeft er niet echt te zijn, iedereen weet hoe zoiets eruitziet. Daarna stel ik deze vraag: wat zou dit voorwerp beter maken? De groepjes verzinnen vervolgens zoveel mogelijk verbeteringen. Dan komen er eerst logische dingen als handvat aan het glas zodat je je vingers niet brandt, materiaal dat niet kan breken, of een vorm die stapelbaar is. En als je dan wat aanmoedigt komen de ideeën als een theeglas dat vanzelf afkoelt tot precies de juiste drinktemperatuur, met een bodem die nooit kringen op tafel achterlaat en dat een wolkje stoom maakt in de vorm van een hartje.
5. Willekeurig woord
Wanneer een groep vastzit in bekende denkrichtingen, gebruik ik soms een willekeurig woord om het denken los te trekken. Ik noem bijvoorbeeld een woord als brug, kermis of kompas en vraag de groep: wat heeft dit woord met ons vraagstuk te maken? De eerste associaties komen vaak wat aarzelend, maar al snel ontstaan er verrassende verbanden. Juist doordat het woord niets met het onderwerp te maken lijkt te hebben, gaan mensen anders kijken en komen er nieuwe invalshoeken op tafel.
Werkvormen om perspectieven te verkennen
Werkvormen die het gesprek verdiepen. Deelnemers kijken naar een vraagstuk vanuit verschillende rollen, belangen of standpunten.
6. De nieuwe collega
Deze werkvorm gebruik ik wanneer een groep al lang met hetzelfde onderwerp bezig is. Ik vraag deelnemers om zich voor te stellen dat ze net nieuw zijn in de organisatie en voor het eerst naar dit vraagstuk kijken. Wat zou je vreemd vinden? Wat zou je meteen willen veranderen? En welke vragen zou je stellen? Door even in de rol van nieuwe collega te stappen, zien mensen vaak dingen die ze eerder vanzelfsprekend vonden.

7. De persconferentie
Wanneer een groep een idee heeft ontwikkeld, laat ik soms een korte persconferentie spelen. Eén of twee deelnemers vertegenwoordigen het idee of plan dat op tafel ligt. De rest van de groep speelt journalist. De journalisten mogen alleen kritische vragen stellen. Bijvoorbeeld: waarom zou dit werken? Wat als dit mislukt? En waarom hebben jullie niet voor een andere oplossing gekozen? De mensen die het plan vertegenwoordigen, proberen de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Na een paar minuten stoppen we en vraag ik de groep: welke vragen waren het scherpst? En wat nemen we daarvan mee? Doordat het een speelse setting is, durven mensen vaak kritischer te zijn dan in een gewoon gesprek.
8. Interview met de toekomst
Ik nodig één deelnemer uit om zich voor te stellen dat het twintig jaar later is en dat het vraagstuk waar we nu over praten allang is opgelost. De rest van de groep mag die persoon interviewen: wat is er uiteindelijk gebeurd, wat bleek belangrijk en wat hebben we toen anders gedaan dan nu? Door vanuit de toekomst terug te kijken, ontdekken groepen vaak nieuwe perspectieven op het probleem van vandaag. Tipje: laat iedereen even uitrekenen hoe oud ze zijn op dat moment in de toekomst, voor extra levendigheid. Bron: Ynnovate
Geen materialen? Geen nood!
Afsluitende werkvormen laat ik hier bewust buiten beschouwing. Die kunnen namelijk bijna altijd zonder materialen. In dit blog vind je tien manieren om een sessie goed af te ronden.
Werkvormen zonder materialen hebben één groot voordeel: je kunt ze altijd inzetten. Ook als een bijeenkomst anders loopt dan gepland. Of als je ineens een kwartier moet overbruggen. De belangrijkste tool van een facilitator is niet een stapel post-its, maar een goede vraag.



